vrijdag 28 september 2012

Voedsel versus brandstof: Parlementsleden over aangepast EU beleid biobrandstof

De EU zet in op groene transport en dat heeft geleid tot een toegenomen productie van biobrandstof. Volgens sommigen is dit een negatieve evolutie en moet de verdere omzet van planten naar brandstof in vraag worden gesteld. Wij vroegen enkele parlementsleden wat ze vonden van het Commissieplan om het gebruik van biobrandstof uit voedselproducten te begrenzen.

Voorstel van  de Europese Commissie  

De EU wil dat tegen 2020 10% van de brandstof voor transport afkomstig is van hernieuwbare energiebronnen, en dan vooral biobrandstof. Dit beleid komt nu onder druk te staan door een beperking op brandstof uit voedselgewassen, (tarwe, aardappelen, palmolie, suikers) de zogeheten eerste generatie biobrandstoffen.

De Europese Commissie maakte onlangs bekend dat het in de komende maanden een begrenzing van 5% zal voorstellen op biobrandstoffen uit voedselproducten voor transport. Dit betekent dat 5% nu zal moeten gehaald worden uit niet-voedselbronnen zoals afvalgrondstoffen, de zogeheten tweede en derde generatie biobrandstoffen.


Reacties van parlementsleden

Jarosław Kalinowski, Pools Christendemocratisch parlementslid en lid van de landbouwcommissie steunt de plannen van de Europese Commissie: "Biobrandstoffen duwen voedselproducten van de landbouwmarkt waardoor de prijzen de hoogte inschieten."

Jo Leinen, Duits Sociaaldemocratisch parlementslid en lid van de milieucommissie kon zich ook vinden in het voorstel. Volgens Leinen moet men rekening houden met sociale- en milieueffecten bij het bepalen van duurzaamheidcriteria voor biobrandstoffen. Hij voegde er wel aan toe dat de EU niet in extremen mag denken: "Bij een dergelijke beslissing moet men voorzichtig zijn."


Vrees bij producenten

Producten van biobrandstoffen vrezen dat hun jonge industrie zwaar te lijden zal hebben onder de veranderingen en dat er duizenden banen verloren zullen gaan.

"We zitten nog steeds op schema om onze 10% doelstelling te halen, dus zal de vraag naar biobrandstoffen in de komende decennia blijven bestaan", zei Leinen. Hij benadrukte verder wel dat er meer onderzoek nodig is naar duurzamere biobrandstoffen van tweede en derde generatie.

"De producenten van biobrandstof konden dit zien aankomen want er bestaan al sinds 2009 controverse over de indirecte impact van grondgebruik", zei Bas Eickhout, Nederlands en Groen parlementslid en lid van de milieu- en landbouwcommissies. "De industrieën die geïnvesteerd hebben in moderne technologieën zullen profiteren van deze aanpassingen", besloot hij.  

 .