Het verdrag van Lissabon, wat heb ik eraan ?

De samenwerking tussen de landen in de Europese Unie wordt sinds 60 jaar vastgelegd in Verdragen. Daarin
staan de "spelregels" die gelden voor de lidstaten, de instellingen van de Europese Unie en de burgers. Deze Verdragen worden van tijd tot tijd vernieuwd omdat de maatschappij en de Europese Unie veranderen. Zo is de EU de laatste jaren gegroeid van 15 naar 27 lidstaten. Om beter te kunnen samenwerken hebben de
EU-lidstaten in 2007 het Verdrag van Lissabon ondertekend. Het Verdrag is op 1 december 2009 in werking
getreden. Het Verdrag is erop gericht om de Europese Unie beter bestuurbaar en democratischer te maken.

Meer dan de helft van de in Nederland geldende wetgeving is afkomstig uit Brussel. Verreweg de meeste Europese wetgeving komt op de volgende manier tot stand: de Europese Commissie dient een wetsvoorstel in, het Europees Parlement debatteert hierover en kan wijzigingen aanbrengen, waarna het Europees Parlement en de Raad van ministers gezamenlijk beslissen.
Het Europees Parlement (EP) heeft met het Verdrag van Lissabon aanzienlijk meer macht gekregen. Het beslist nu mee over vrijwel alle Europese wetgeving. Op de gebieden landbouw en visserij, energie, financiële steun aan regio´s en economische sectoren (structuurfondsen), grenscontroles, asielbeleid, immigratie en bepaalde aspecten van politiesamenwerking beslist het EP samen met de Raad. Dit betekent dat het EP voorstellen kan goedkeuren, wijzigen of verwerpen. Ook heeft het Europees Parlement het laatste woord over de begroting van de EU. Aangezien het Europees Parlement rechtstreeks gekozen wordt door de burger, heb jij, door het Verdrag van Lissabon, ook meer te vertellen gekregen binnen de EU.

Wie één miljoen handtekeningen weet te verzamelen kan ook via de Europese Commissie zijn stem doen gelden in de Europese wetgeving. Vanaf 1 april 2012 kunnen burgers namelijk de Europese Commissie verzoeken om een wetsvoorstel te maken over een bepaald onderwerp. Daar is wel een aantal voorwaarden aan verbonden.
Allereerst moet het onderwerp onder de bevoegdheid van de Europese Commissie vallen. Verder zijn ten minste één miljoen handtekeningen van stemgerechtigde burgers nodig die het zogenaamde burgerinitiatief steunen. Deze burgers moeten afkomstig zijn uit minimaal een kwart van het totale aantal Europese lidstaten. Eerder was dit bepaald op een derde, maar door optreden van het Europees Parlement is dit bijgesteld naar een kwart, wat het verzamelen van de miljoen handtekeningen iets makkelijker maakt.
Wanneer het burgerinitiatief aan de vereisten voldoet, wordt de indiener bij de Commissie uitgenodigd om het initiatief toe te lichten. Ook krijgt hij of zij de gelegenheid het initiatief in een hoorzitting van het Europees Parlement te presenteren. De Commissie zal vervolgens aangeven wat zij met het initiatief gaat doen.

Het Verdrag van Lissabon heeft een snellere en effectievere besluitvorming in de EU tot stand gebracht. In de Raad van ministers, die samen met het Europees Parlement beslist over wetsvoorstellen, wordt vaker dan voorheen gestemd met gekwalificeerde meerderheid in plaats van met unanimiteit. Unanimiteit betekent dat alle lidstaten vóór een voorstel moeten zijn. Elke lidstaat die tegen is kan met zijn stem dus een besluit tegenhouden. Een gekwalificeerde meerderheid zit tussen unanimiteit en een gewone meerderheid (de helft van de uitgebrachte stemmen plus één) in. Zo houdt vanaf 2014 stemmen met gekwalificeerde meerderheid in dat besluiten van de Raad van ministers de steun moeten krijgen van ten minste 55 % van de lidstaten die ten minste 65 % van de bevolking van de EU vertegenwoordigen.
Voor belangrijke beleidsgebieden als belastingen en defensie blijft unanimiteit van stemmen gelden. De Europese Unie kan een lidstaat dus niet verplichten manschappen te leveren voor een militaire of politiemissie.

 .