Breda op de stoel van Europa
Europarlementariërs gingen op 14 januari in debat over de aanpak van de jeugd-werkloosheid in Brabant. Zij kruisten de degens met bestuurders, ondernemers, vakbonden en lokale organisaties.
De werkloosheid onder jongeren in de regio West-Brabant is het afgelopen jaar explosief toegenomen als gevolg van de crisis. Hoe kan Europa helpen de jeugdwerkloosheid in deze regio te bestrijden?
Sprekers
- Marije Cornelissen (Europarlementariër GroenLinks)
- Thijs Berman (Europarlementariër PvdA)
- Stef Blok (Tweede Kamer, VVD)
- Jeroen de Glas (Voorzitter FNV Jong)
- Marja Heerkens (Wethouder Sociale Zaken, gemeente Breda)
- Jeannette van Haren (Districtsmanager UWV Werkbedrijf West-Brabant en Zeeland)
- Philip Walkate (moderator)
Stelling: Het minimum jeugdloon moet worden afgeschaft.
De Glas is warm pleitbezorger voor het afschaffen van het minimumjeugdloon. De instelling van het minimumjeugdloon mocht er in de jaren '80 van de vorige eeuw dan toe geleid hebben dat de werkloosheid onder jongeren afnam, nu belemmert deze maatregel juist de in- en doorstroom van jongeren op de arbeidsmarkt. De jeugdwerkloosheid neemt erdoor toe. Werkgevers houden jonge werknemers in de tang van flexcontracten, waardoor ze tot hun 23e, de maximale leeftijd voor het minimumjeugdloon, in een constant onzekere situatie blijven zitten en er geen zicht is op doorgroei en loopbaanontwikkeling. Jongeren die bijvoorbeeld in supermarkten werken, krijgen het ene flexcontract na het andere aangeboden en worden er na hun 23e gewoon uitgegooid, omdat ze dan te duur worden. Dat is de reden waarom je geen oudere werknemers in de supermarkt vindt. De Glas vindt de hoogte van het minimumjeugdloon, € 3,63 bruto per uur, beschamend laag. Nederland loopt hier ver achter op andere EU-landen.
Cornelissen ondersteunt het pleidooi van De Glas. Het minimumjeugdloon moet omhoog. Je moet in Nederland 130% van het minimumloon verdienen, wil je een partner uit het buitenland naar Nederland halen. Dat geeft wel aan hoe laag het minimumjeugdloon is. De kosten voor werkgevers moeten echter niet stijgen als het minimumjeugdloon wordt verhoogd of afgeschaft. Zij moeten daarom via belastingvoordelen worden gecompenseerd. Van Haren stelt dat loonkostensubsidie voor werkgevers een gunstig effect heeft op de jeugdwerkloosheid. Het wordt voor hen aantrekkelijker om mensen aan te nemen en te behouden, ook jongeren.
Blok bestrijdt de opvatting van Glas. Ten opzichte van andere Europese landen is in Nederland de jeugdwerkloosheid juist laag vanwege het minimumloon. De visie van Glas en Cornelissen doet Blok denken aan wat Wim de Bie ooit parodieerde: Geen gezeik, iedereen rijk. Als we die kant op gaan, zegt Blok, dan leidt dat onherroepelijk tot ontslagen. Overigens is Blok geen voorstander van veel overheidsbemoeienis op de arbeidsmarkt, ook niet als het economisch even tegenzit. De markt moet gewoon zijn werk doen.
Volgens Berman heeft de overheid juist een belangrijke rol in het bestrijden van werkloosheid. Dat is in het verleden wel bewezen, onder andere met werkgelegenheidsprojecten. Volgens Blok hebben werkgelegenheidsprojecten, waarbij banen worden gesubsidieerd, nooit geleid tot doorgroei op de arbeidsmarkt.
De betrokkenheid van Europa in de discussie over het minimumjeugdloon is beperkt. Het is een nationale aangelegenheid waarover Nederland zelf beslist.
Stelling: De EU kan meer doen om de jeugdwerkloosheid in West-Brabant te bestrijden.
Heerkens schetst een verontrustend beeld over de toename van de jeugdwerkloosheid in West-Brabant met 80% in het afgelopen jaar. Er is in totaal vier miljoen euro beschikbaar gesteld om het probleem te bestrijden met een heel pakket aan maatregelen. Europa draagt 900.000 euro hieraan bij. Heerkens is hier blij mee, maar het is onvoldoende. Bovendien hekelt zij de complexe en zeer uitvoerige verantwoordingsprocedure die aan deze bijdrage is gesteld. Nu brengen we Nederlands belastinggeld naar Brussel om het vervolgens via een ingewikkelde weg weer terug te brengen naar Brabant. Dat moet veel eenvoudiger. Het afleggen van verantwoording aan de gemeenteraad zou in principe moeten volstaan. Nu is de lokale overheid heel veel tijd en geld (!) kwijt aan ambtelijke rapportages. Heerkens krijgt bijval uit het publiek van een onderwijsdirecteur: minder regels levert meer geld op. Nu gaat het geld vooral naar ambtenaren en subsidieadviseurs.
Cornelissen is het er überhaupt mee oneens dat er grote bedragen uit het Europees Sociaal Fonds naar een rijk land als Nederland gaan, nog afgezien van de procedures. De EU is geen subsidiepot. Nederland is een welvarend land dat prima in staat moet worden geacht zijn eigen problemen op te lossen, zonder dat Europa financieel hoeft bij te springen. De ESF-gelden zijn vooral bestemd voor echt arme regio's in Europa, zoals Oost-Europa en Zuid-Italië. Europa kan wel wat betekenen om de dynamiek op de arbeidsmarkt in Nederland te stimuleren. Zo heeft Europa ervoor gezorgd dat er een einde is gemaakt aan leeftijdsdiscriminatie, waar Nederland eerst niet aan wilde. En Europa kan ook meer doen om het vrije verkeer van arbeid binnen de EU-landen te bevorderen, zodat je makkelijker ook in andere landen aan het werk kunt.
Volgens Berman moet bij de besteding van ESF-gelden niet alleen een afweging worden gemaakt of een regio arm of rijk is, maar moet er ook gekeken worden naar het doel. Het kan dan best zijn dat ook een relatief rijke regio voor ESF in aanmerking komt. In Nederland is de samenwerking tussen werkgevers, werknemers en de overheid zo goed geregeld, dat ze er samen wel uit moeten komen om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Daar hoeft Europa geen geld bij te leggen.
Blok stelt echter dat het ESF-geld ook geld is dat door Nederlandse belastingbetalers bijeen is gebracht. Nederland heeft er dus wel degelijk recht op. Maar volgens Berman moet dat het uitgangspunt niet zijn. Het beleid van de EU moet erop gericht zijn een gelijk sociaal speelveld te creëren in heel Europa.
Van Haren van het UWV kruipt voor even in de rol van Europarlementariër. Wat zou zij in Brussel aanpakken om de jeugdwerkloosheid in West-Brabant te lijf te gaan?
Van Haren heeft de Brusselse plannen goed bestudeerd. Zij complimenteert de EU dat jongeren betrokken zijn bij de beleidsvorming. Van Haren raadt aan hen ook bij de uitvoering te betrekken. Datzelfde geldt voor werkgevers. Als 'kersverse Europarlementariër' heeft Van Haren drie speerpunten.
- Investeer meer in onderwijs. Zorg dat jongeren een startkwalificatie krijgen voordat ze de arbeidsmarkt op gaan. Zorg dat het onderwijs veel beter aansluit op wat werkgevers vragen. Creëer meer leerwerktrajecten.
- Voer actief campagnes om jongeren als waardevolle en creatieve krachten op de arbeidsmarkt te promoten. Werkgevers zijn zich die competenties niet altijd goed bewust. Voer deze campagnes voor en met jongeren.
- Geef jongeren financiële ondersteuning om zelf kansen te creëren op de arbeidsmarkt. Zo kun je hun ondernemerschap bevorderen. Zorg ook voor goede coaching en begeleiding.
Van Haren sluit haar pleidooi af met de stelling: Meer jongeren een job, de economie uit het slop!
Berman voelt wel wat voor de oplossingen van Van Haren. Maar hij is er geen voorstander van om jongeren zomaar geld te geven. Wel ziet hij iets in vormen van microfinanciering waarmee jongeren geholpen worden een eigen bestaan op te bouwen.
Stelling: Overheid en werkgeversorganisaties moeten intensiever samenwerken om banen te creëren voor jongeren.
Heerkens betoogt dat in West-Brabant de drie O's (Overheid, Onderwijs en Ondernemers) al heel erg goed met elkaar samenwerken onder de noemer West-Brabant TOP. Er ligt een gezamenlijk plan om 1000 werkloze jongeren aan een baan te helpen. Ook de gemeente Breda doet een flinke duit in het zakje en heeft plannen ontwikkeld om 200 jongeren aan de slag te krijgen. Heerkens somt een indrukwekkende lijst initiatieven op:
- een servicepunt voor werkgevers die met Wajongers aan de slag willen
- het platform Ondernemers voor Breda, waarin onder andere de Brabants- Zeeuwse Werkgeversorganisatie, de Rabobank en sportclubs participeren
- brancheservicepunten op de Werkpleinen van het UWV
- startersloket in samenwerking met de Kamer van Koophandel en de dienst Sociale Zaken. Het loket heeft 1,5 miljoen beschikbaar voor microkredieten en loonkostensubsidies.
Volgens Heerkens kan West-Brabant nog meer betekenen als Europa financieel ondersteunt. Ook moet Europa, maar ook nationale beleidsmakers, beter nadenken hoe Europees en nationaal beleid doorvertaald zou moeten worden naar regionale schaal. De regio zit vaak klem in allerlei regels en bepalingen die belemmerend werken of helemaal niet van toepassing zijn.
Berman prijst de samenwerking in Nederland tussen werkgevers, werknemers en de overheid. Als oud-buitenlandjournalist weet hij dat het in landen als Frankrijk en Rusland wel anders is. Daar gaan ze eerst staken en dan pas naar de onderhandelingstafel. Europa kan aan de al goede samenwerking in Nederland weinig toevoegen. Wel kan Europa zeker wat doen aan vereenvoudiging van regels en het stimuleren van investeringen door werkgevers. Dat levert banen op, ook voor jongeren. Berman waarschuwt overigens dat Nederland niet moet afglijden naar een confrontatiecultuur.
De Glas is veel kritischer. West-Brabant is misschien een positieve uitzondering, in de rest van Nederland zijn nog veel problemen. Hij verwijt de werkgeversorganisaties dat zij niet met hun achterban communiceren. Ze weten niet echt wat er leeft en verzuimen na te denken over echte oplossingen. Daardoor komen bijvoorbeeld leerwerkplekken maar niet van de grond.
De Glas heeft ook kritiek op het gebrek aan coördinatie tussen de regio's. Die doen ieder voor zich een greep uit de kas van 30 miljoen, zonder dat de overheid toeziet op een evenwichtige verdeling.
De Glas krijgt bijval van een spreker uit het publiek, die stelt dat ook de overheid boter op het hoofd heeft. Het aantal stageplekken bij de overheid voor (V)MBO-jongeren is met 90% gedaald.
Volgens Heerkens zouden werkgevers landelijk veel meer hun creativiteit moeten benutten om banen te scheppen voor jongeren. Neem een voorbeeld aan West-Brabant.
Crisisstemming in Brussel?
Iemand in het publiek vindt dat er in Brussel een crisisstemming heerst. Dat geeft de burgers en werkgevers geen vertrouwen om oplossingen te bedenken. Europa moet veel meer vertrouwen uitstralen. Dat is ook goed voor de positie van Europa in de wereld.
Berman reageert. Gebrek aan vertrouwen is niet verwonderlijk. Ook politici schrikken van de crisis. Zij moeten bijvoorbeeld ineens met miljarden banken overeind houden. Een actieve overheid is goed in tijden van crisis, je kunt niet alles zomaar aan de markt overlaten. Blok vindt juist dat de overheid zich veel te veel met de crisis bemoeit. De markt moet vooral zelf de crisis oplossen.
"That's democracy"?
Een andere spreker uit het publiek vindt dat Europa veel te veel zijn oren laat hangen naar grote bedrijven en kleine ondernemers vergeet. Jongeren zijn daarvan de dupe. "That's democracy", luidt de berustende reactie van Marije Cornelissen.
Maatschappelijke stages voor jongeren
Blok betwijfelt het nut van maatschappelijke stages voor jongeren. Die gaan vakken vullen in de supermarkt en zorgen daardoor voor verdringing op de arbeidsmarkt. Een spreker uit de zaal zegt dat jongeren maatschappelijke stages juist belangrijk vinden. Die moeten worden gestimuleerd. Berman is het daarmee eens, maar vindt wel dat ze een veel internationaler karakter zouden moeten krijgen. Als je stage loopt in het buitenland, ontdek je veel meer je eigen mogelijkheden.















