donderdag 7 januari 2010

Spanje eerste EU-voorzitter onder Verdrag van Lissabon

Voor de vierde keer neemt Spanje het roulerende voor-zitterschap van de Raad van de Europese Unie over. Het is de eerste voorzitter na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Hierdoor zal Spanje, in tegenstelling tot voorheen, de EU-top en de bijeenkomsten van de Europese ministers van buitenlandse zaken niet voorzitten. Op andere gebieden zijn de wijzigingen echter zeer beperkt.

Tot de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon hield een land zes maanden lang het voorzitterschap van de Raad van Ministers en de Europese Raad, die bestaat uit de Europese regeringsleiders en staatshoofden.

Permanente voorzitter

Met de inwerkingtreding van het verdrag op 1 januari 2010 is er nu een permanente voorzitter van de Europese Raad: de Belg Herman Van Rompuy. Hij zal de bijeenkomsten van de Europese regeringsleiders en staatshoofden voorzitten.

Verder heeft "Lissabon" voor de aanstelling van de Britse Catherine Ashton als hoge vertegenwoordiger van de EU gezorgd. Zij zal de Raad voor buitenlandse zaken voorzitten. Het roterende voorzitterschap van zes maanden zal alle andere vergaderingen van de Raad van ministers voor zijn rekening nemen, met inbegrip van die van de EU-ambassadeurs van de lidstaten (COREPER).

De huidige (Spanje) en de twee volgende voorzitters van de Raad (België en Hongarije) zullen een trio vormen die een gemeenschappelijk programma en gecoördineerde prioriteiten zullen ontwikkelen.


Prioriteiten Spaans voorzitterschap

Onder de prioriteiten van het Spaanse voorzitterschap bevinden zich de economische strategie van de EU voor 2020; het toezicht op de financiële markten; het energieactieplan; het Stockholmprogramma voor justitie en binnenlandse zaken; de ontwikkeling van een sociale agenda; de bestrijding van geweld tegen vrouwen en het opzetten van de EU-dienst voor extern optreden.

Duur: 1 minuut
Nederlandse ondertiteling