Haarlem op de stoel van Europa
Op 7 december gaven Haarlemmers en Europarlementariërs hun mening over banen, milieu en duurzaamheid voor de regio Haarlem. Kijk en luister naar het debat.
Gaan de groei van Schiphol en een ambitieus milieubeleid samen? Omringd door de zoute Noordzee en het zoete IJsselmeer is de provincie Noord-Holland "het blauwe hart van Nederland". Om trots op te zijn! Maar ook een provincie die soms tegen haar grenzen oploopt. Ruimtegebrek, files, milieuregels.
Europa kan ons helpen deze problemen op te lossen. Maar dan moeten we wel keuzes maken. Daarover hebben Europarlementariërs gedebatteerd met bestuurders, wetenschappers, ondernemers en lokale organisaties in de regio Haarlem.
Sprekers op deze avond waren:
- Peter van Dalen (Europarlementariër ChristenUnie)
- Gerben-Jan Gerbrandy (Europarlementariër D66)
- Bas Eickhout (Europarlementariër GroenLinks)
- Frans Berkhout (Vrije Universiteit)
- Gonnie Been (Mircosoft)
- Martin de Haas (Stichting Haarlem Duurzaam in Beweging)
- Bernice Notenboom (klimaatjournalist)
- Dorette Corbey (Europa-deskundige en oud-Europarlementariër)
- Willem Verhaak (Milieudefensie)
- Philip Walkate (moderator)
Wat betekenen de wereldwijde klimaatambities voor de regio Haarlem?
Berkhout schetst de recente geschiedenis rond Europa en klimaat. De EU heeft hierin altijd een betekenisvolle voortrekkersrol gespeeld. De inzet van de EU in Kyoto (1997) was de 2 graden Celsiusdoelstelling als bovengrens van de temperatuurstijging en de CO2-emissie terugdringen met 8%. De 2-gradendoelstelling wordt thans gedragen door de G8. En de emissiedoelstellingen worden eveneens internationaal gedragen. De EU inzet voor Kopenhagen is: emissiereductie met 20-30%, stimuleren van renewable energy en de introductie van nationale CO2-tax. Het emissiehandelssysteem speelt hierin een sleutelrol. Berkhout wijst erop dat dergelijke internationale processen veel tijd vergen. Het Kyoto protocol is pas in 2005 in werking getreden
Qua duurzaamheidsbeleid zijn VS en China momenteel de grote gangmakers. Nederland ligt achter. Noord-Holland zou wel een voortrekkersrol kunnen vervullen.
De Haas (ondernemer en inwoner van Haarlem) illustreert hoe moeilijk het eigenlijk is om je duurzaam te gedragen. "Ik heb vrienden die rijden bewust een Toyota Prius, maar vliegen wel 2 keer per jaar naar New York." Om bewustwording en lokaal draagvlak te bevorderen heeft hij de Stichting Haarlem Duurzaam in Beweging opgericht. Ook geeft De Haas aan dat (wetenschappelijke) informatie over klimaat in toenemende mate tegenstrijdig is en dat handelingsperspectief ontbreekt. "Je leert thuis en op school wel met geld omgaan, maar niet met duurzaamheid."
Eickhout betoogt dat het politieke besluitvormingsproces rond duurzaamheid te langzaam gaat en te abstract is. De wetenschap is al veel verder. We kunnen meer dan we doen. Dat kan het meest effectief in EU-verband. Tegelijkertijd moeten mensen ook niet álles van de politiek verwachten. Het gaat erom goed samen te werken, overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Gerbrandy wijst erop dat het EP een resolutie heeft ondersteund om tot 30% reductie te gaan in Kopenhagen. Vraag is hoeveel we daar voor over hebben met elkaar? Om ook ontwikkelingslanden mee te krijgen is 100 miljard per jaar nodig, 200 euro per persoon. We hebben ook met miljarden banken overeind gehouden, waarom dan nu niet het klimaat?
Emissiehandelssysteem
Het emissiehandelssysteem functioneert op zich prima, vinden de meeste sprekers, maar het kent ook zijn gebreken. Volgens Gerbrandy heeft Corus door de crisis emissierechten over voor een waarde van 13 euro per ton, en dat terwijl ze de rechten gratis hebben gekregen. Verhaak (Milieudefensie) stelt voor de emissierechten dan maar te veilen en de opbrengsten te investeren in klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden. Van Dalen ziet graag een belonings- en strafcompenent in het systeem. In de Rotterdamse haven bijvoorbeeld krijgen schone schepen korting op de havenrechten die ze moeten betalen. Ook pleit hij, samen met Berkhout, voor een Europees belastingssysteem op CO2-emissie.
Volgens Notenboom gaat het gerucht dat bedrijven door het emissiesysteem vertrekken. Van Dalen vult aan dat de twee grootste rederijen op het punt staan Europa te verlaten. Volgens Gerbrandy valt dit allemaal wel mee. Hij voert aan dat Europa sommige bedrijven, zoals de cementindustrie, juist vrijwaart van het systeem. Slecht idee, volgens hem.
Volgens Corbey functioneert het systeem naar behoren. Er is in elk geval een plafond aan de uitstoot van CO2 en in de toekomst gaat dat plafond verder naar beneden, ook voor industrieën die nu nog worden uitgezonderd.
Been geeft aan dat het systeem de verantwoordelijkheid om duurzaam te werken buiten jezelf plaatst. Het systeem werkt alleen maar politiek en industrie, terwijl het op veel meer niveaus zou moeten werken. Industrieën hebben het systeem 'onder controle', waardoor de wet van de remmende voorsprong zich voordoet. De innovatiekracht blijft achter, terwijl die toch juist van de industrie moeten komen. De Haas onderschrijft dit met de urgentie dat de CO2 footprint van de Noord-Hollander 4,5 x hoger ligt dan de gemiddelde Nederlander.
Ook in zijn rol als 'eendags-Europarlementariër' zou De Haas er alles aan doen bij gewone mensen het gevoel van urgentie aan te wakkeren, zonder dat het 'doodslaat'. Mensen moeten concrete handelingsperspectieven krijgen. Notenboom noemt als voorbeeld dat zij tijdens haar expedities naar hooggebergten en polen kinderen meeneemt. De nieuwe generatie wordt op deze wijze actief betrokken bij de problematiek. Ook Van Dalen onderschrijft dat je bij jezelf moet beginnen. Noord-Holland veroorzaakt 1/6e deel van de Nederlandse CO2-uitstoot. Wat doet de provincie daaraan? Gerbrandy stelt voor dat Haarlem zich bijvoorbeeld ten doel kan stellen in 2020 volledig CO2-neutraal te zijn. De Haas vraagt hoe Europa hierbij kan helpen. Volgens Gerbrandy beschikt Europa over een breed instrumentarium bestaande uit subsidies voor de industrie, energiebesparingsmaatregelen, stimuleren van onderzoek naar duurzaamheid en zorgen dat landen en steden ervaringen met elkaar uitwisselen. Corbey vult aan dat Europa ervoor moet zorgen dat je geen belasting hoeft te betalen op energie die je zelf opwekt. En Berkhout suggereert dat burgers minder vlees moeten eten om wat aan de CO2 te doen.
Verschillende sprekers in de zaal zijn sceptisch over de 'mooie praatjes' van de Europarlementariërs. Wat doen zij eigenlijk concreet? Eickhout zegt dat GroenLinks een deel van haar contributiegelden besteedt aan energie-onderzoek. Volgens Gerbrandy wordt het tijd dat burgers de pijn gaan voelen van de klimaatproblematiek. Dan wordt het voor hen ook urgenter. Hef dan ook accijns op kerosine en voer BTW in op vliegtickets, stelt Verhaak voor. Dán zullen de mensen de pijn wel voelen. Maar dat durft Europa niet!
Balans
Aan het einde van het debat maken de sprekers voor zichzelf de balans op.
Eickhout vindt dat burgers niet altijd de politiek moeten aanspreken, maar ook gezamenlijk problemen moeten kunnen oplossen.
Gerbrandy huldigt consequent het principe 'de vervuiler betaalt', wat impliceert dat de kosten hiervan gewoon doorberekend moeten worden in de prijs.
Van Dalen pleit ervoor de (nationale) belastingsystemen zo in te richten dat ze leiden tot 'vergroening'.
De Haas roept op tot een beter onderling vertrouwen. Dat kan alleen met meer transparantie over je doelstellingen en resultaten.
Berkhout beoordeelt de scepsis over klimaatonderzoek als 'gezond', wel haast hij zich eraan toe te voegen dat tussen wetenschappers wel degelijk consensus bestaat over de opwarming van de aarde.
Corbey betoogt dat er 100 miljard euro per jaar nodig is om ontwikkelingslanden mee te nemen in mondiale klimaatdoelstellingen. Dat komt overeen met 500 miljard liter brandstof. Met 10 cent per liter kunnen we het probleem oplossen.
Been sluit zich aan bij de woorden van De Haas: er is meer transparantie en vertrouwen nodig.
Verhaak: "Een goed milieu begint bij kiesgerechtigden." Burgers kunnen met hun democratische stem laten zien hoe belangrijk zij het klimaat vinden.
Notenboom: Het gaat pas werken als je je gedrag echt verandert. Daarom moeten we beginnen bij onze kinderen.












