Maastricht op de stoel van Europa
In hotel De L'Empereur in Maastricht werd op 28 januari een bijeenkomst gehouden over de plaats van het Nederlandse drugs- en coffeeshopbeleid in Europa.
Maastricht, een Bourgondische stad, gelegen aan de Maas. Een geliefde plek, maar niet alleen onder cultuurbewonderaars en winkelend publiek. Door zijn ligging is Maastricht een populaire plaats om softdrugs te 'scoren'. Een trekpleister voor criminelen van over de grens?
Is het Nederlandse drugsbeleid niet te soft? Wordt het geen tijd voor een strenge Europese aanpak? Of moet Europa juist het Nederlandse voorbeeld overnemen? Moet Maastricht niet harder optreden tegen drugscriminelen?
Europarlementariërs voerden een stevig debat met verontruste bewoners, coffeeshopeigenaren, politiemensen, hulpverleners, ondernemers en Tweede-Kamerleden, waarin de gemoederen soms hoog opliepen.
De sprekers bij dit debat waren:
- Tweede Kamerlid Fred Teeven (VVD);
- Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten (CDA);
- Europarlementariër Emine Bozkurt (PvdA);
- Europarlementariër Louis Bontes (PVV);
- Marc Josemans, voorzitter van de Vereniging van Officiële Coffeeshops Maastricht en zelf ook eigenaar van een coffeeshop;
- Frans Kooiman, politiechef district Maastricht;
- John Deckers, voormalig preventiewerker bij de GGD Zuid-Limburg
- Philip Walkate, moderator.
Stelling: Softdrugs moeten in Europa worden gelegaliseerd.
Nee, zegt Ria Oomen duidelijk. Je moet niets legaliseren wat we met z'n allen niet willen. Het gedoogbeleid loopt tegen z'n grenzen aan, want gedogen leidt uiteindelijk tot een toename van drugsgebruik bij jongeren. Met alle gevolgen van dien voor de overlast in de wijken en de gezondheid van jongeren. Dat Nederland een gedoogbeleid voert zou niet moeten betekenen dat Maastricht 'het putje van Europa' wordt. Daarom moeten we binnen Europa kijken hoe we de problemen gezamenlijk kunnen aanpakken.
Kooiman is wel voorstander van Europa-brede legalisering van softdrugs, zij het onder voorwaarden. Er moet dan duidelijke voorlichting komen voor jongeren en hun gezondheid moeten we goed monitoren. De huidige situatie is in Maastricht bijna onhoudbaar. Elk jaar trekt de stad 2 miljoen drugstoeristen. We controleren weliswaar de verkoop, maar niet de productie. Vaak treffen we slechte kwaliteit softdrugs aan, bijvoorbeeld cannabis waaraan glassplinters of lijm zijn toegevoegd. En de productie gaat bovendien gepaard met gevaarlijke situaties op zoldervertrekken en elektriciteitsdiefstal. Het gedoogbeleid zorgt ervoor dat de onderwereld zich makkelijk met de bovenwereld kan verweven. Door Europabreed softdrugs te legaliseren zijn we in een klap van de drugstoeristen af.
Teeven concludeert dat de politie blijkbaar capituleert. Zij is niet in staat te handhaven en gezag uit te stralen. Als Maastricht de verkoop van softdrugs aan buitenlanders verbiedt, valt de aanzuigende werking vanzelf weg. Bovendien moeten de maximumstraffen voor drugscriminelen omhoog van 4 naar 12 jaar en moeten drugspanden worden gesloten en zonodig onteigend. Teeven wijst samen met Bontes op Bergen-op-Zoom, Roosendaal en Terneuzen, waar een hardere lijn tot een leefbaardere situatie heeft geleid. Kooiman geeft aan dat in Maastricht al panden gesloten worden en dat meer handhaven ten koste gaat van andere politietaken, zoals het oplossen van inbraken en straatroven.
Volgens Josemans is drugsgebruik een kwestie van vraag en aanbod. Legalisering zal niet leiden tot meer vraag. We moeten de zaak wel in het juiste perspectief zien. Sinds 2005 zien we een daling van het gebruik door jongeren. Bij minder dan 1% van hen is sprake van crimineel gedrag.
Stelling: Om drugscriminaliteit te bestrijden is een grensoverschrijdende aanpak nodig.
Bozkurt onderschrijft de stelling. 70% van de criminaliteit in Maastricht heeft een relatie met het buitenland. Daarom moeten we meer internationaal samenwerken en zou een zwaardere coördinerende functie voor Europol voor de hand liggen. In Europese wetgeving ziet Bozkurt niets. De bestaande nationale wetten en regels bieden voldoende mogelijkheden. Als je het gedogen opheft, zal de markt zich naar illegale circuits verplaatsen, waar je er geen zicht en controle meer over hebt.
Volgens Teeven moeten we in Nederland af van het verschil tussen soft- en harddrugs. Dan kom je namelijk op gelijk niveau met de ons omringende landen. En dan kunnen we niet alleen in de opsporing, maar ook strafrechtelijk beter met elkaar samenwerken. De politie kan dan eerder optreden, waardoor de overlast van drugstoerisme vanzelf verdwijnt. Teeven is voorstander van een pasjessysteem voor Nederlanders. Maar volgens Bozkurt leidt dit alleen maar tot illegale pasjeshandel en nóg meer overlast.
Een spreker uit het publiek vindt dat de coffeeshops de stad uit moeten. Maar volgens Teeven leg je het probleem dan bij buurgemeenten neer.
Kooiman stelt dat de politie al heel veel samenwerkt met collega's in België, Frankrijk en Duitsland, o.a. in het Joint Hit Team. Bij het doorzetten van acties over de landsgrenzen lopen we echter tegen beperkingen in de regelgeving aan. Dat zou opgelost moeten worden. In zwaardere straffen ziet Kooiman niets. Dat werkt niet preventief. Mensen calculeren nu eenmaal risico's om geld te verdienen.
John Deckers kruipt voor even in de rol van Europarlementariër. Hoe zou hij in Brussel de Maastrichtse problemen aanpakken?
Deckers bekijkt de problematiek vanuit een andere bril. Wat de handel in drugs drijft zijn dezelfde economische wetmatigheden, die in vroeger tijd de smokkel in koffie en boter dreven. Mensen willen geld verdienen, en als gevolg daarvan worden de grenzen opgezocht. Het is de politiek die uiteindelijk die grenzen oprekt. Dat is wat er in Nederland gebeurt. De huidige oorlog tegen drugs heeft om die reden meer negatieve dan positieve effecten. Deckers suggereert daarom de productie en het gebruik van softdrugs te legaliseren of in elk geval een vergaande controle van de overheid (een deskundige commissie) over het gehele proces in te voeren. Zelfs voor harddrugs zou er op termijn een liberaler beleid moeten komen. Uiteindelijk zal dat leiden tot een beter zicht op de gebruikers en kunnen we de hulpverlening veel gerichter inzetten. Omdat criminaliteit rondom drugs dan zal verdwijnen, kunnen we al onze aandacht richten op veilige producten en gezondheidszorg.
Het publiek is verdeeld over Deckers' opvattingen. Ongeveer de helft van de zaal is het met hem eens, de andere helft oneens. Oomen waarschuwt dat Deckers' mening gevaarlijk is voor de gezondheid van kinderen. Decker relativeert: kinderen worden in hun leven aan wel meer gevaarlijke verslavingen blootgesteld. Ook zegt hij dat in Nederland de drugsverslaving minder groot is dan in landen waar drugs verboden zijn. Bovendien staat een drugsverslaving vaak niet op zichzelf en kampen mensen met een complex aan problemen dat moet worden opgelost.
Stelling: Nederland moet zich sterk maken voor de legalisering van softdrugs.
Bontes is daar faliekant op tegen. Coffeeshops moeten onmiddellijk worden gesloten en er moet harder worden gestraft. Er moet zelfs een minimumstraf komen voor drugscriminelen. In Bergen-op-Zoom plukken ze momenteel de vruchten van de hardere aanpak.
Ook Josemans is niet voor de stelling. Landen moeten hun drugsbeleid zelf regelen en waar mogelijk liberaliseren. Kijk naar het liberale beleid in Tsjechië en Spanje. Josemans verwijst naar oud-premier Van Agt, die stelde dat in het drugsbeleid de volksgezondheid leidend zou moeten zijn. In dat opzicht steekt Nederland gunstig af in Europa. Bontes bestrijdt dat en waarschuwt dat juist de volksgezondheid door drugs in gevaar is.
Josemans krijgt bijval van Bozkurt die vindt dat landen zelf hun drugsbeleid moeten en mogen bepalen, zo ook Nederland. Oomen vindt dat Nederland zich aan VN-afspraken moet houden op het gebied van drugscriminaliteit. Legalisering is hiermee strijdig. Bovendien moet je je als Nederland niet anders gaan gedragen dan je buurlanden, daarmee roep je problemen over je af.
Tot slot vat Joos Philippens, redacteur bij De Limburger, in een column het debat samen. Er wordt in Maastricht en Europa veel gesproken over drugsbeleid, criminaliteit en volksgezondheid. Maar waaraan het ontbreekt zijn daden. Het ontbreekt kennelijk aan een wil om de problemen praktisch op te lossen. Het lijkt erop alsof we in plaats daarvan ons liever laten verstrikken in allerlei nationale en internationale wetten en regels.












