Groen licht voor verdere liberalisering van de Europese elektriciteits- en gasmarkten
De Europese elektriciteits- en gasmarkten zullen verder worden geliberaliseerd, terwijl de rechten van de energieconsument worden versterkt.
Europarlementsleden hebben een uitgebreid pakket aan wetgeving over de energiemarkten aangenomen. Een grote meerderheid van de Europarlementsleden steunde het compromis dat met het Raadsvoorzitterschap over het "derde energiepakket" was bereikt. De lidstaten krijgen anderhalf jaar om de meeste nieuwe regels in werking te doen treden.
Leveranciers en transmissienetwerken ontkoppelen
De lidstaten krijgen de keuze uit drie opties voor het scheiden van de leveranciers van de transmissienetwerken, zowel voor de elektriciteits- als de gasmarkten:
- volledige eigendomsontkoppeling: geïntegreerde energiebedrijven moeten hun gas en elektriciteitsnetwerken verkopen; transmissiesysteembeheerders staan van dan af in voor de transmissienetwerken. Producenten en leveranciers kunnen in dit geval geen meerderheidsaandeel in de transmissiesysteembeheerder hebben, stelt het compromis.
- een onafhankelijke systeembeheerder (ISO): zowel ISO als ITO (zie onder) bieden energiebedrijven wel de mogelijkheid om hun transmissienetwerken in handen te houden. Om de energiemarkt toch te liberaliseren kunnen lidstaten in het geval van ISO bedrijven bijvoorbeeld verplichten om het beheer van hun transmissienetwerk aan een onafhankelijke, door de lidstaat aangewezen systeembeheerder over te dragen.
- een onafhankelijke transmissiebeheerder (ITO): energiebedrijven kunnen geïntegreerd blijven, maar ze moeten zich aan strenge regels houden om te verzekeren dat de twee afdelingen van het bedrijf in de praktijk onafhankelijk opereren. Zo neemt een controleorgaan (bestaande uit vertegenwoordigers van het energiebedrijf, van derde aandeelhouders en van de transmissiesysteembeheerder) besluiten "die van aanzienlijke invloed kunnen zijn op de waarde van de activa van de aandeelhouders". Om discriminerend gedrag te verhinderen wordt een nalevingsprogramma opgesteld en wordt een nalevingsfunctionaris benoemd. Ten slotte mogen leden van het management drie jaar vóór ze voor de transmissiesysteembeheerder werken en vier jaar erna, niet voor het energiebedrijf werken.













