Verdrag van Lissabon
Met de ondertekening van het Verdrag van Lissabon door de Tsjechische president Klaus op 3 november heeft de laatste lidstaat het verdrag goedgekeurd. Het nieuwe verdrag zal daardoor op 1 december 2009 in werking treden. Wat behelst het Verdrag van Lissabon?
Uitbreiding van bevoegdheden van de Europese Unie
Ten opzichte van de huidige situatie zal de Europese Unie zich niet met veel meer onderwerpen gaan bezighouden. Wel wordt meer nadruk gelegd op het tegengaan van de klimaatverandering en het energievraagstuk. Daarentegen mag de Europese Unie zich niet bemoeien met diensten van algemeen belang. Het gaat hier dan om huisvestingsbeleid, volksgezondheid en veel dat te maken heeft met de sociale zekerheid. Vooral Nederland drong erop aan dat dit in het Verdrag werd opgenomen. Normale commerciële activiteiten op deze terreinen vallen wel onder de interne markt.
Veranderingen in besluitvormingsprocedures
Op het terrein van immigratie- en asielbeleid, criminaliteitsbestrijding, en delen van de justitiële samenwerking zal het veto in de Raad van Ministers plaats maken voor het stemmen met gekwalificeerde meerderheid. Voor defensiebeleid, buitenlands beleid, en het vaststellen van de begroting blijft het vetorecht bestaan.
Bestuurlijke veranderingen
Volgens het Verdrag van Lissabon zou er een kleinere Europese Commissie komen. Het aantal leden zou worden teruggebracht tot tweederde van het aantal lidstaten. Bij het huidige aantal lidstaten leidde dat tot een Commissie met in totaal achttien eurocommissarissen. Na 2014 zou elk land het één op de drie zittingsperiodes zonder landgenoot in de Commissie moeten doen. Op de top van december is, om Ierland tegemoet te komen, dit voorstel geschrapt en houdt elk land een eigen eurocommissaris.
Het voorzitterschap van de Europese Raad gaat in plaats van de huidige zes maanden 2,5 jaar duren. Deze vaste voorzitter wordt door de lidstaten benoemd. De rol van de voorzitter in het vertegenwoordigen van de Europese Unie naar buiten toe is niet precies omschreven.
Er komt een Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid die de huidige Hoge Vertegenwoordiger en de eurocommissaris voor buitenlandse zaken vervangt. Deze mag de Europese Unie alleen vertegenwoordigen op onderwerpen waar de lidstaten het allemaal over eens zijn.
Er komt een nieuwe stemmenweging die meer rekening houdt met de omvang van de bevolking van een lidstaat, maar door tegenstand van de Polen komt die er pas in 2014.
Het aantal zetels in het Europees Parlement mag niet meer dan 750 bedragen, plus de voorzitter. Omdat Bulgarije en Roemenië lid zijn geworden van de EU, was het aantal Europarlementariërs ruim boven de 750 gestegen. Daarom hebben de lidstaten zetels moeten inleveren, waaronder ook Nederland. Nederland zou eerst van 27 naar 25 gaan, maar kreeg uiteindelijk 26 Europarlementariërs. Op de top van december is het totaal aantal leden van het Europees Parlement op 754 vastgesteld. Duitsland hoeft pas na 2014 drie zetels in te leveren.
Democratische controle
Om de democratische controle te versterken krijgen de nationale parlementen meer invloed. Er komt een 'gele kaart'-procedure. Dat houdt in dat als één derde van de nationale parlementen een voorstel van de Europese Commissie niet ziet zitten, omdat ze vinden dat het beter nationaal dan Europees kan worden geregeld, de Commissie haar voorstellen 'opnieuw in overweging' nemen en, als ze toch doorzet met het voorstel, duidelijk moet maken waarom dat voorstel nodig is. Op aandringen van Nederland is er ook een 'oranje kaart'-procedure: als meer dan de helft van alle nationale parlementen een voorstel van de Commissie niet wil, dan moet de Commissie besluiten of het voorstel van tafel gaat. Zet de Commissie alsnog door, dan kan de Raad van Ministers met 55% van de stemmen, of een meerderheid in het Europees Parlement, het hele voorstel schrappen. Ten slotte kan een lidstaat naar het Europees Hof van Justitie stappen als die vindt dat wat er in een voorstel staat veel beter op nationaal niveau geregeld kan worden en dat een Europese aanpak geen toegevoegde waarde heeft.
Ook het Europees Parlement krijgt meer te zeggen. Op het gebied van landbouw, structuurfondsen, handelsbeleid en deels voor justitie, migratie en politiezaken heeft het Europees Parlement medebeslissingsbevoegdheid gekregen. Dat wil zeggen dat het ook op die terreinen net zoveel te zeggen krijgt als de Raad van Ministers, en voorstellen kan blokkeren.
Europese burgers kunnen door meer dan één miljoen handtekeningen te verzamelen over een onderwerp de Europese Commissie verzoeken met een voorstel over dat onderwerp te komen.
Het 'Handvest van de Grondrechten'
De Europese Unie erkent het Handvest van de Grondrechten maar de tekst wordt niet in het Verdrag van Lissabon opgenomen. Het Handvest krijgt weliswaar dezelfde juridische status als het nieuwe verdrag, maar met het voorbehoud dat de Europese Unie geen nieuwe bevoegdheden krijgt op basis van het Handvest. Groot-Brittannië en Polen hebben ervoor gekozen niet mee te doen aan dit handvest. Ook Tsjechië krijgt een uitzonderingspositie.
Toelatingseisen voor nieuwe lidstaten
De toelatingseisen voor nieuwe landen (de zogeheten Kopenhagen criteria) zijn niet in de tekst zelf gekomen, maar er wordt wel naar verwezen in een voetnoot. Dit moet benadrukken dat er wel degelijk rekening gehouden wordt met de harde, meer objectieve criteria die de lidstaten zelf zijn overeengekomen, en dat puur politieke overwegingen er minder gauw toe leiden dat een land dat er niet klaar voor is, toch lid wordt van de Europese Unie. Daarnaast moet de Europese Unie er zelf ook klaar voor zijn om de nieuwe lidstaat op te nemen.













