Begroting van de EU
Het Europees Parlement en de Raad van Ministers delen niet alleen de wetgevende maar ook de begrotingsbevoegdheid. Dankzij deze bevoegdheid kan het Europees Parlement zijn beleidsprioriteiten aangeven. Telkens in december stelt het Europees Parlement de begroting voor het volgende jaar vast. De jaarlijkse uitgaven vallen binnen een financieel kader dat, na overleg tussen Parlement en Raad, voor meerdere jaren wordt vastgesteld.
Het Parlement en de Raad behandelen in twee lezingen de begrotingsvoorstellen van de Europese Commissie teneinde het eens te worden over de hoogte en de bestemming van de uitgaven. Het Parlement heeft het laatste woord over bepaalde soorten uitgaven, de Raad over andere (zoals de landbouwuitgaven). Het Parlement kan de begroting verwerpen als het meent dat ze niet aan de behoeften van de Europese Unie beantwoordt. De begrotingsprocedure dient dan te worden overgedaan.
Het Europees Parlement beoordeelt ook voortdurend het beheer en het doelmatige gebruik van de Europese financiën en ziet erop toe dat fraude wordt bestreden. Het beslist verder elk jaar over de verlening van "kwijting" (goedkeuring) voor de uitvoering van de begroting door de Europese Commissie.
De Europese begroting is bescheiden vergeleken met die van de lidstaten. De jaarlijkse begroting van Nederland bedraagt bijvoorbeeld zo'n € 200 miljard, de Europese begroting € 120 miljard per jaar.
EU-begroting 2011 in de maak
Jongeren worden niet vergeten want er komt extra geld voor bestaande programma's voor de jeugd in de EU. Ondanks de crisis zal het EU-budget, 122,9 miljard euro, volgend jaar omhoog gaan. EP'ers en lidstaten moeten tegen eind 2010 een overeenkomst sluiten over het bedrag.
Nederlandse ondertiteling













