Ga naar de inhoud

Cookiebeleid van het Informatiebureau van het Europees Parlement in Nederland:

wij gebruiken cookies om de gebruiksvriendelijkheid van onze site te verbeteren. Wij gebruiken ze niet om persoonlijke gegevens te verzamelen, maar alleen voor statistische doeleinden (door middel van Google Analytics).

Akkoord
 
 
Citizen's Initiative
Citizen's Initiative
 

Verdrag van Lissabon

Het Verdrag van Lissabon is op 1 december 2009 in werking getreden. Wat houdt het Verdrag van Lissabon in?

Treaty of Lisbon
Treaty of Lisbon
 
 .
 .

Uitbreiding van bevoegdheden van de Europese Unie

Ten opzichte van vroeger is de Europese Unie zich niet met veel meer onderwerpen gaan bezighouden. Wel is meer nadruk gelegd op het tegengaan van de klimaatverandering en het energievraagstuk. De Europese Unie mag zich daarentegen niet bemoeien met diensten van algemeen belang, zoals huisvestingsbeleid, volksgezondheid en veel zaken die te maken hebben met de sociale zekerheid. Vooral Nederland drong erop aan dat dit in het Verdrag werd opgenomen. Normale commerciële activiteiten op deze terreinen vallen wel onder de interne markt.

 .

Veranderingen in besluitvormingsprocedures

Op het terrein van immigratie- en asielbeleid, criminaliteitsbestrijding, en delen van de justitiële samenwerking heeft het veto in de Raad van Ministers plaatsgemaakt voor het stemmen met gekwalificeerde meerderheid. Voor het vaststellen van de begroting, en defensie- en buitenlandbeleid blijft het vetorecht bestaan.

 .

Bestuurlijke veranderingen

Volgens het Verdrag van Lissabon moet er een kleinere Europese Commissie komen. Het aantal leden moet worden teruggebracht tot tweederde van het aantal lidstaten. Vroeger leidde dat tot een Commissie met in totaal achttien Eurocommissarissen. Na 2014 zou elk land het één op de drie zittingsperiodes zonder landgenoot in de Commissie moeten doen. Om Ierland tegemoet te komen is dit voorstel geschrapt en houdt elk land een eigen Eurocommissaris.

Het voorzitterschap van de Europese Raad is in plaats van zes maanden 2,5 jaar duren. Deze vaste voorzitter wordt door de lidstaten benoemd. De rol van de voorzitter in het vertegenwoordigen van de Europese Unie naar buiten toe is niet precies omschreven.

Er is een Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid die de Hoge Vertegenwoordiger en de Eurocommissaris voor buitenlandse zaken vervangt. Deze mag de Europese Unie alleen vertegenwoordigen op onderwerpen waar de lidstaten het allemaal over eens zijn.

Het aantal zetels in het Europees Parlement mag niet meer dan 750 bedragen, plus de voorzitter. Omdat Bulgarije en Roemenië lid zijn geworden van de EU, was het aantal Europarlementariërs tot ruim boven de 750 gestegen. Daarom hebben de lidstaten zetels moeten inleveren, waaronder ook Nederland. Nederland zou eerst van 27 naar 25 gaan, maar kreeg uiteindelijk 26 Europarlementariërs. Sinds 1 juli 2014 bestaat het Europees Parlement uit 751 leden (dat is inclusief de voorzitter).

 .

Democratische controle

Om de democratische controle te versterken hebben de nationale parlementen meer invloed gekregen. Er is een 'gele kaart'-procedure. Dat houdt in dat als één derde van de nationale parlementen een voorstel van de Europese Commissie niet ziet zitten, omdat ze vinden dat het beter nationaal dan Europees kan worden geregeld, de Commissie haar voorstellen 'opnieuw in overweging' moet nemen en dat, als ze toch doorzet met het voorstel, duidelijk moet maken waarom dat voorstel nodig is. Op aandringen van Nederland is er ook een 'oranje kaart'-procedure: als meer dan de helft van alle nationale parlementen een voorstel van de Commissie niet wil, dan moet de Commissie besluiten of het voorstel van tafel gaat. Zet de Commissie alsnog door, dan kan de Raad van Ministers met 55% van de stemmen, of een meerderheid in het Europees Parlement, het hele voorstel schrappen. Ten slotte kan een lidstaat naar het Europees Hof van Justitie stappen als die vindt dat wat er in een voorstel staat veel beter op nationaal niveau geregeld kan worden en dat een Europese aanpak geen toegevoegde waarde heeft.

Ook het Europees Parlement heeft meer te zeggen. Op het gebied van landbouw, structuurfondsen en handelsbeleid, en deels op het gebied van justitie, migratie en politiezaken, heeft het Europees Parlement medebeslissingsbevoegdheid gekregen. Dat wil zeggen dat het ook op die terreinen net zoveel te zeggen heeft als de Raad van Ministers, en voorstellen kan blokkeren.

Europese burgers kunnen door meer dan één miljoen handtekeningen te verzamelen over een bepaald onderwerp de Europese Commissie verzoeken met een voorstel over dat onderwerp te komen.

 .

Het 'Handvest van de Grondrechten'

De Europese Unie erkent het Handvest van de Grondrechten maar de tekst is niet in het Verdrag van Lissabon opgenomen. Het Handvest heeft weliswaar dezelfde juridische status als het nieuwe verdrag, maar met het voorbehoud dat de Europese Unie geen nieuwe bevoegdheden krijgt op basis van het Handvest. Groot-Brittannië en Polen hebben ervoor gekozen niet mee te doen aan dit handvest. Ook Tsjechië krijgt een uitzonderingspositie.

 .

Toelatingseisen voor nieuwe lidstaten

De toelatingseisen voor nieuwe landen (de zogeheten Kopenhagen Criteria) zijn niet in de tekst zelf gekomen, maar er wordt wel naar verwezen in een voetnoot. Dit moet benadrukken dat er wel degelijk rekening gehouden wordt met de harde, meer objectieve criteria die de lidstaten zelf zijn overeengekomen, en dat puur politieke overwegingen er minder gauw toe leiden dat een land dat er niet klaar voor is, toch lid wordt van de Europese Unie. Daarnaast moet de Europese Unie er zelf ook klaar voor zijn om de nieuwe lidstaat op te nemen.

 .